1914

4 augustus: Het uitbreken van WO I. Het Verenigd Koninkrijk eiste van Duitsland dat hij zijn troepen voor 11 uur Britse tijd uit België terug te trekken. Duitsland negeerde het ultimatum en het Verenigd Koninkrijk verklaarde Duitsland de oorlog. (Pas op 12 augustus verklaren Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk Oostenrijk-Hongarije de oorlog.

25 & 26 augustus: De Slag bij Le Cateau. Dit achterhoedegevecht, dat volgde op de terugtrekking van de Britse en Franse troepen na de Slag bij Mons, betrof vele Schotse regimenten. Het vertraagde de voortgang van de Duitsers, maar resulteerde in meer dan 7000 Britse slachtoffers.

12 september: Oproep tot het eerste Schotse Vrouwenziekenhuis. De campagne, gelanceerd door arts en suffragette Elsie Inglis, om fondsen voor het eerste Schotse Vrouwenziekenhuis voor het Foreign Service Committee te verzamelen ging van start. Het doel was om een ziekenhuis met enkel vrouwelijke personeelsleden voor de geallieerde oorlogsinspanning op te richten.

1915

25 april: Gallipoli. De 52e Laagland Divisie, waaronder een aantal Schotse bataljons, was betrokken bij het latere stadium van deze noodlottige geallieerde operatie om de zeestraat de Dardanellen veilig te stellen en Istanbul in te nemen om toegang tot de Zwarte Zee te hebben. Er waren 205.000 Britse slachtoffers, waaronder 43.000 doden.

9 mei: De Slag om de heuvelrug van Aubers. Schotse regimenten leden zware verliezen gedurende dit Frans-Brits offensief. Naar schatting waren 2000 van de 11.000 Britse slachtoffers Schots.

22 mei: Treinbotsing bij Quintinshill. Een troepentrein met daarin voornamelijk manschappen van het in Leith gestationeerde 7e Bataljon van het Royal Scots Regiment botste op weg naar Gallipoli tegen een lokale passagierstrein, waarbij 214 officiers en soldaten om het leven kwamen. Er raakten daarbij ook 246 mensen, voornamelijk soldaten, gewond.

Juli: De Oorlogsmunitiewet. Vrouwen werden toegestaan om in munitiefabrieken, zoals die in Glasgow en Gretna, te werken. Voorheen mocht het werk enkel door mannen worden gedaan.

25 september: De Slag bij Loos. Ruim 30.000 Schotse soldaten dienden in het grootste Britse offensief dat in 1915 aan het westfront plaatsvond. De helft van alle slachtoffers waren Schotten, waarvan er vijf het Victoria Cross kregen.

8 december: De in Edinburgh geboren Douglas Haig werd gepromoveerd tot opperbevelhebber van het Britse Expeditiekorps.

1916

Januari: De Military Service Act (dienstplichtwet) wordt aangenomen. De dienstplicht werd ingevoerd voor alle mannen tot 50 jaar.

April: De H.M. Factory in Gretna begint met de productie van munitie. Het werd de grootste cordietfabriek van het Verenigd Koninkrijk.

2 & 3 april: Edinburgh gebombardeerd door twee Duitse zeppelins in de allereerste aanval op Schotland. De eerste rapporten van bommen kwamen kort voor middernacht uit het dorp Leith in de buurt van Edinburgh. In totaal werden er in 35 minuten 23 bommen op Leith en Edinburgh gegooid. 13 mensen kwamen om het leven kwamen en 24 raakten gewond.

31 mei: De Zeeslag bij Jutland. De grootste en enige zeeslag die gedurende de oorlog tussen de Grand Fleet van de Britse marine (waaronder de Australische marine en de Canadese marine) en de Hochseeflotte van de Duitse Marine werd uitgevochten. Hoewel het Verenigd Koninkrijk en diens bondgenoten meer slachtoffers leden, was Duitsland hierop nooit meer in staat om de Britse heerschappij over de Noordzee te betwisten.

5 juni: Het zinken van de HMS Hampshire. De bepantserde kruiser HMS Hampshire, die de Britse veldmaarschalk graaf Kitchener voor een diplomatieke missie naar Rusland vervoerde, liep kort na zijn vertrek uit Scapa Flow op een mijn die door een Duitse onderzeeër was geplaatst en zonk ten westen van de Orkneyeilanden. 723 van de 735 bemanningsleden, plus alle 14 diplomaten, waaronder graaf Kitchener, verdronken.

1 juli t/m 13 november: De Slag aan de Somme. Drie Schotse divisies, de 9e, 15e (Schotse), 51e (Hooglandse), en verschillende Schotse bataljons van andere eenheden namen deel aan een van de bloedigste gevechten van de oorlog. De Britten verloren naar schatting meer dan 350.000 manschappen.

1917

9 april: De Slag bij Arras. 44 Schotse bataljons en 7 Canadese bataljons onder Schotse vlag vormden de grootste concentratie Schotten die tijdens de oorlog zij aan zij hebben gevochten. Een derde van de 159.000 slachtoffers was Schots.

1918

5 februari: Het zinken van de SS Tuscania. Een luxueuze oceaanlijner met meer dan 2000 Amerikaanse troepen op weg naar Frankrijk werd door een Duitse onderzeeër voor de kust van het eiland Islay getorpedeerd. Naar schatting kwamen 230 mannen om het leven.

6 oktober: Het zinken van de HMS Otranto. Slechts acht maanden later botste een bewapende handelskruiser van de Britse marine op weg van New York naar Glasgow in een storm tegen het stoomschip HMS Kashmir. Het zonk in de buurt van de baai van Machir voor de westkust van Islay. Meer dan 400 levens gingen verloren.

11 november: Wapenstilstandsdag. De wapenstilstand tussen de geallieerden en Duitsland ging om 11 uur Britse tijd in en wordt vaak gezien als het einde van de oorlog.

1919

1 januari: Verlies van de HMS Iolaire. De Iolaire vervoerde soldaten naar het eiland Lewis toen het op de rotsen sloeg en voor de kust van Stornoway zonk. 205 van de 284 bemanningsleden verdronken.

21 juni: Het tot zinken brengen van de Duitse vloot bij Scapa Flow. 52 oorlogsschepen van de Duitse Hochseeflotte werden op bevel van de Duitse admiraal Ludwig von Reuter door Duitse krijgsgevangenen, geïnterneerd bij de Scapa Flow, tot zinken gebracht. Von Reuter vreesde dat de Britten zijn vloot als oorlogsbuit over de geallieerden wilden verdelen.

Januari 1918 t/m december 1919: Spaanse grieppandemie. Glasgow was de eerste stad in het Verenigd Koninkrijk die door deze dodelijke griepepidemie werd getroffen. Wereldwijd vielen er miljoenen mensen aan de ziekte ten prooi.